De herkomst van de naam De Zilk

Plaatsnaamkunde is het onderzoek naar de namen van nederzettingen, wateren en wegen in het landschap. In plaats-, water- of straatnamen is vaak een eigenschap of een functie van het landschap terug te vinden. Sprekende voorbeelden in De Zilk zijn bijvoorbeeld de Schulpsloot, Beeklaan, Zilkerduinweg en Delfweg.

 

De naam De Zilk zoals deze voorkwam  in oude archiefstukken.

 

Te noemen zijn:

De Zillic (1399)

De Zillick (1591)

De Silck (1598)

De Zilck (1615)

De Silck (1627)

De Sillick (1628)

De Zilk (1670)

De Silck (1681)

De Zilk (1715)

De Zilk (1721).

 

In de oudst voorkomende naam De Zillic zijn drie componenten te onderscheiden.

Het lidwoord ‘De’, het voorvoegsel ‘Zil’ en het achtervoegsel ‘lic’.

 

Het voorvoegsel ‘Zil’

Gedurende de ijstijd onttrokken de gletsjers veel water aan de oceanen, waarbij de Noordzee geheel was drooggevallen. Door de invloed van hogere temperaturen smolten de gletsjers en nam het water weer bezit van de Noordzee. Door de wisselwerking van wind, water en zand ontstonden de eerste strandwallen op de lijn Sassenheim, Lisse, Hillegom. Bij De Zilk ontstond een kleine strandwal op de lijn Zilkerbinnenweg, Zilkerduinweg. Westelijk daarvan vormden zich zeer brede strandwallen, die uiteindelijk leidden tot een aaneengesloten, uit duinen bestaande kuststrook. Omstreeks 2000 voor Chr. had de zee bij de riviermonding bij Katwijk vrij toegang tot het lager gelegen gebied tussen de duinen. Bij vloed liep dit gehele gebied onder water. Er was een grote kwelder die zich uitstrekte voorbij De Zilk. De lager gelegen gronden ten westen van de zogenaamde ‘Kleine Zilk’ hebben eeuwenlang een kleine kwelder gevormd, tot het moment dat de opening bij Katwijk grotendeels gesloten was en het zeewater niet langer toegang had tot de kwelders.

 

Zilt water

Daarna heeft het overblijvende zeewater zich verzameld op de laagst gelegen plaatsen. Ook in De Zilk is sprake geweest van een natuurlijke watering. Op de Kaart van Rijnland uit 1615 begint deze watering ten westen van de Zilkerbinnenweg, en loopt noordwaarts tot de grensscheiding met Noord-Holland. Het achtergebleven zeewater heeft na verloop van tijd het zoutgehalte verloren en is brak ofwel zilt water geworden. Het is goed denkbaar dat het voorvoegsel ‘Zil’ afgeleid is van dit zilte water.

 

Het achtervoegsel ‘lick’

Het achtervoegsel ‘lick’ zal betrekking hebben op watering. Ook wel ‘leeck’ of ‘leek’ genoemd. Een leek is een natuurlijke waterloop. De Zilk betekent dan: ‘de zilte leeck’. Tegen het einde van de 14e eeuw kan de ontwikkeling van de naam als volgt worden weergeven: De Zilte leeck, De Ziltleeck, De Zilleck, De Zillick, De Zilck, De Zilk.

 

Noot:

Dit is een verkorte en aangepaste versie van het artikel van

A.M. van Kampen, ‘De herkomst van de naam De Zilk’, in: Terra Salica jaargang 2 nr. 2